Van risico naar rendement: inzichten uit ons internationale webinar

Op 11 juni 2026 organiseerde CFP Green Buildings het internationale webinar From risk to revenue: Unlocking real estate value at scale. Meer dan 170 professionals uit vier continenten namen deel: van financiële instellingen tot asset managers en adviseurs. Vier panellisten van ABN AMRO, The Co-operative Bank, Observatoire de l’immobilier durable en ING lieten zien hoe je inzichten vertaalt naar concrete strategieën voor je portefeuille én je klanten. De vraag die centraal stond: hoe zet je de stap van risicoanalyse naar concrete strategieën die daadwerkelijk waarde creëren op schaal?

Wil je meer zien? Bekijk de highlight video van 2 minuten.

Duurzaamheid is allang geen losstaand thema meer. Het is vandaag de dag verweven met dagelijkse beslissingen over vastgoed, financiering en klantrelaties. Toch blijft de kloof tussen weten en doen groot. Om die kloof te verkleinen, bracht CFP Green Buildings een internationaal panel samen van experts die dagelijks werken aan de verbinding tussen duurzaamheid, data en kapitaal. Host Nanda Verschoor (Head of International, CFP Green Buildings) en co-host David Willock (Senior Advisor International, CFP Green Buildings) begeleidden een uur vol concrete inzichten, scherpe analyses en eerlijke reflecties uit de praktijk. Drie thema’s stonden centraal: waarde, innovatie en data.

panellists 11 june

De kloof tussen A en G wordt groter

Het eerste thema – waarde – leverde direct concrete cijfers op. Léon Wijnands, Head of Sustainability bij ING Nederland, wees op een ontwikkeling die in Nederland goed zichtbaar is: het prijsverschil tussen woningen met een A- en een G-label is de afgelopen jaren sterk gegroeid en loopt inmiddels op tot zo’n 17%. Dat energieprestatie steeds meer doorwerkt in vastgoedwaarde, is een positieve ontwikkeling. 

Wijnands plaatste tegelijkertijd een kritische kanttekening: een woning met een uitstekend energielabel in een overstromingsgevoelig gebied is nog steeds ontzettend kwetsbaar. Fysieke klimaatrisico’s zoals paalrot – een groot probleem in Nederland – worden in waarderingsmodellen nog systematisch onderschat.

Juliette Lefébure, Managing Director van het Franse Observatoire de l’immobilier durable (OID), schetste hoe regelgeving in Frankrijk al concreet doorwerkt in vastgoedprijzen. Woningen met een G-label mogen er vanaf 2028 niet meer worden verhuurd. 

Onderzoek toont aan dat G-woningen al 7 tot 15% minder waard zijn dan het Franse gemiddelde, terwijl A-woningen juist 4 tot 20% méér opbrengen. Energieprijsvolatiliteit versterkt dit effect: energiezuinige gebouwen hebben lagere lasten, maken hogere huurprijzen mogelijk en trekken huurders aan.

Glenn Bemment, Group Head of Corporate and Commercial Banking bij The Co-operative Bank, benadrukte dat duurzaamheid voor zijn organisatie geen nieuw thema is maar onderdeel van de bestaande identiteit. De bank richt zich bewust op sectoren waar financiering aantoonbaar positieve maatschappelijke uitkomsten ondersteunt: sociale huisvesting, hernieuwbare energie, gezondheidszorg en bedrijven op een duidelijk ESG-transitiepad. Voor sociale huisvesting geldt daarbij dat de waarde van verduurzaming verder reikt dan het gebouw zelf: lagere energierekeningen voor bewoners met een laag inkomen maken het verschil in hun dagelijks leven.

Caroline Barr, Head of Sustainability Expertise UK bij ABN AMRO, voegde hieraan toe dat duurzaamheid wat haar betreft ook simpelweg een synoniem is voor langetermijnhoudbaarheid. De locatie van een asset en de weerbaarheid van die locatie tegen klimaatverandering zijn daarin bepalende factoren. Samen met het Cambridge Institute for Sustainability Leadership werkt zij aan een model voor ‘resilience adjusted credit risk’: een aanpak waarbij klimaatadaptatie maatregelen worden meegewogen als positieve variabele in kredietbeoordelingen.

“Sustainability is just another word for longevity.

— Caroline Barr, ABN AMRO

Gebouwen renoveren zichzelf niet

Het tweede thema dat in het webinar werd aangestipt is innovatie: wat werkt er nu écht als je renovatie op grote schaal wilt realiseren? De uitspraak van Léon Wijnands bleef hangen: gebouwen renoveren zichzelf niet, mensen doen dat. En mensen handelen vanuit andere motieven dan beleidsmakers vaak veronderstellen. Uit ING-onderzoek blijkt dat 34% van de klanten renoveert vanwege verwachte energiebesparing, 90% vanwege meer wooncomfort, en slechts 10% doet het voor klimaat of toekomstige generaties. Dat vraagt om een fundamenteel andere communicatiestrategie: niet “maak je huis duurzamer”, maar “upgrade je woning”, net zoals je een upgrade in een hotel of vliegtuig ervaart als een verbetering van je eigen leven.

ING vertaalt dit inzicht naar de praktijk via de Home Upgrader, een propositie die duurzaamheid koppelt aan financiële gezondheid. Want ook in een relatief welvarend land als Nederland heeft 47% van de huishoudens moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Wie moeite heeft de rekeningen te betalen, denkt niet na over zonnepanelen of isolatie. Daarom werkt ING actief aan het verbeteren van de financiële gezondheid van klanten als voorwaarde voor duurzame investeringen. 

“People are more concerned about the end of the month than about the end of the world.”

— Léon Wijnands, ING

ABN AMRO omarmt datzelfde mensgerichte denken in haar Beter Wonen pilot. 1.500 huiseigenaren kregen een concreet voorstel: investeer €X in renovatiemaatregelen en daarmee realiseer je maandelijks energiebesparing die de hogere hypotheeklasten dekt. Zo is verduurzamen budgetneutraal. Caroline vertelde hoe ABN AMRO hierin volledig ontzorgt: van onafhankelijk energielabel tot aannemer die alle werkzaamheden coördineert. Het resultaat? 30% van de benaderde klanten ging in gesprek en 50 huishoudens zijn daadwerkelijk aan het renoveren. In absolute aantallen lijkt dat nog bescheiden, maar Barr benadrukte dat eerdere pogingen vrijwel nergens toe leidden. Dit werkt wel.

Dat komt omdat de aanpak drie drempels tegelijk wegneemt: financiële onzekerheid over de businesscase, gebrek aan vertrouwen in aannemers, en de complexiteit en overlast van een verbouwing. Door deze hordes in één keer te op te lossen, komt renovatie daadwerkelijk van de grond.

De data die je wilt, is niet altijd de data die je nodig hebt

Het derde thema is data en daar waren de panellisten unaniem: meer data is niet per definitie beter. 

Juliette Lefébure vertelde dat OID in vijf jaar tijd het aantal vierkante meters gebouwen waarover data bekend is, verviervoudigd is. Dat lijkt mooi, maar tegelijk geldt: wie verdrinkt in data, neemt geen betere beslissingen. Volgens Lefébure draait het om het juiste detailniveau: gedetailleerd genoeg om beslissingen op te baseren, eenvoudig genoeg om te begrijpen.

Daar komt bij dat fysieke klimaatrisico-indicatoren nog sterk in ontwikkeling zijn. Lefébure pleit ervoor niet te wachten op perfecte data: klimaatverandering wacht ook niet. Er zijn al voldoende betaalbare en bewezen maatregelen beschikbaar om de weerbaarheid van gebouwen te verbeteren. Gebruik die kennis nu om de handen uit de mouwen te steken!

Léon Wijnands wees op een ander structureel probleem rondom data: twee banken die dezelfde assets analyseren, kunnen tot totaal verschillende conclusies komen over de fysieke risico’s, simpelweg omdat ze verschillende methodes hanteren. Betere standaardisering is minstens zo belangrijk als het verzamelen van meer data. Daarnaast roept hij op tot een meer geïntegreerde blik: niet alleen energieprestatie en emissies, maar ook sociale data, biodiversiteit en waterbeschikbaarheid horen in dat beeld thuis.

Glenn Bemment bracht het perspectief van de klant in. Voor middelgrote bedrijven en maatschappelijke organisaties geldt: minder is meer. Eén of twee KPI’s die direct gekoppeld zijn aan cashflow, bezettingsgraad of operationele kosten hebben meer impact dan uitgebreide ESG-dashboards die niemand leest. De toegevoegde waarde van data zit niet in de hoeveelheid, maar in de vertaling naar een gesprek dat de klant raakt.

participants webinar 11 june

De sluimerende verzekeringskloof

Tijdens de Q&A bracht een deelnemer vanuit Australië een urgent thema op tafel: verzekerbaarheid. In Australië trekken verzekeraars zich terug uit overstromingsgevoelige gebieden, waardoor dat risico verschuift naar de hypotheekboeken van banken. In het Verenigd Koninkrijk lopen standaard hypotheektermijnen door tot na 2039 — het jaar waarin Flood Re, de overheidsgesteunde buffer die verzekering in risicogebieden betaalbaar houdt, afloopt. 

Die kloof tussen de tijdshorizon van verzekeraars en van banken is een structureel risico dat nog nauwelijks zichtbaar is in kredietmodellen, maar dat wel degelijk aan het opbouwen is. Barr pleitte daarom voor het opnemen van toekomstige verzekerbaarheid als expliciete variabele in kredietrisicobeoordeling, naast de bestaande kansberekeningen. 

Van inzicht naar actie

Nanda Verschoor sloot het webinar af met drie takeaways:

  1. Mensen staan centraal, niet gebouwen. Renovatie lukt alleen als je aansluit bij wat mensen écht beweegt: comfort, kostenbesparing, financiële zekerheid. 
  2. De innovaties zijn er al. Ze zijn bewezen en schaalbaar. Nu is het tijd om ze breed uit te rollen, niet om opnieuw pilots te starten. 
  3. Wacht niet op perfecte data. De data die beschikbaar is, is goed genoeg om mee te beginnen. Samenwerking en standaardisering zijn de sleutel om van losse inzichten te komen tot portefeuillebrede beslissingen.

De kennis is er, de innovaties zijn bewezen en de urgentie is duidelijk. Nu is het moment om de stap te zetten: van inzicht naar actie, van pilot naar portefeuille. 

CFP Green Buildings werkt samen met financiële instellingen en organisaties wereldwijd aan die beweging. Wil je weten hoe jij vastgoedwaarde op grote schaal kunt benutten? Wij helpen je graag verder. Neem contact met ons op.

Kies je segment