Hoe zit het met de nieuwe EPBD-wetgeving? Een statusupdate

De EPBD-wetgeving gaat veranderen, dat is je wellicht niet ontgaan. Het gaat er namelijk al een tijdje over. Deze wetswijziging is relevant voor alle woningeigenaren, maar heeft ook betrekking op utiliteitsgebouwen en nieuwbouw. Omdat het een grote Europese wet is, heeft de wijziging aardig wat voeten in de aarde. In dit artikel praten we je bij.

Hoe zit het met de overgang van EPBD III naar IV?

Eerst even een samenvatting van de status. De EPBD-wetgeving is de basis van de wet- en regelgeving rondom de energieprestatie van bestaande en nieuwe gebouwen. Het is een Europese wet die vertaald wordt naar nationaal beleid. In het voorjaar van 2023 werden de eerste wijzigingen van de EPBD zichtbaar. Maar het wetsvoorstel wat er in 2023 lag is niet aangenomen en dus zijn er nieuwe aanpassingen gemaakt. De aangepaste versie van de EPBD IV is uiteindelijk in april ‘24 aangenomen en wordt later dit jaar door het Europees Parlement en de Europese Raad ondertekend. Dat betekent dat de aankomende veranderingen nu duidelijk worden en dat de lidstaten gaan beginnen met het vertalen naar nationale wetgeving. Daar hebben ze twee jaar de tijd voor en het kan dus nog wel even duren voordat de regelgeving in Nederland verandert.

Omdat er echter doelen in gesteld worden per 2030 en 2035 is het voor gebouweigenaren essentieel om op de hoogte te blijven. Zo kun je de aankomende wijzigingen zo goed mogelijk meenemen in het maken van investeringsbeslissingen en verduurzamingsplannen.

In dit artikel nemen we je daarom mee langs de aanpassingen in de nieuwe EPBD IV. We vertellen je ook wat het vooruitzicht is voor gebouweigenaren in Nederland.

Aanpassing #1 Nieuwe maatstaf: procentuele besparing

In het vorige wetsvoorstel werd gestuurd op energiebesparing aan de hand van energielabels. Zo was het doel dat gebouwen met een energieprestatie horend bij label E en lager worden uitgefaseerd zodat er uiteindelijk enkel gebouwen bestaan met label E of hoger.

In plaats van sturen op energielabels, wordt er in de nieuwe EPBD IV gesproken over een procentuele besparing van het gemiddelde primaire energiegebruik van gebouwen in kWh/m² per jaar. De lidstaten zorgen ervoor dat het gemiddelde primaire energieverbruik van het volledige woningbestand:

  • 16% afneemt in 2030 ten opzichte van 2020
  • 20-22% afneemt in 2035 ten opzichte van 2020.

Het merendeel van deze besparing moet gerealiseerd worden bij de 43% slechts presterende gebouwen uit de hele woningvoorraad. Het doel na 2035 ligt in 2050: alle woningen moeten dan zero emission buildings zijn.

Ook voor utiliteitsgebouwen

Ook voor utiliteitsgebouwen gelden soortgelijke aanpassingen. Voor deze gebouwen wordt er nu gesproken over minimumnormen om energieprestaties te waarborgen. Elke lidstaat stelt een energieprestatiedrempel vast die voldoet aan onderstaande percentages:

  • Vanaf 2030 onder de 16%-drempel;
  • Vanaf 2033 onder de 26%-drempel.

De procentuele drempels verwijzen hierbij naar de slechtst presterende utiliteitsgebouwen in 2020. In 2030 moeten alle utilieitsgebouwen dus minder energie verbruiken dan de onderste 16% in 2020 deed.

Hoe worden de nieuwe EPBD indicatoren gemeten?

Voor bestaande gebouwen wordt het straks dus sturen op een procentuele besparing van het gemiddelde primaire energiegebruik. Hoe dit gemeten en gehandhaafd gaat worden is nog onbekend. Dat komt omdat het wetsvoorstel pas recent is aangenomen op Europees niveau en lidstaten enige vrijheid hebben in het vertalen naar nationaal beleid. De invulling hiervan zal dus nog even op zich laten wachten.

Aanpassing #2 Nieuwe gebouwen: van BENG naar ENG+

De EPBD III richtte zich op Nearly Zero Energy Buildings, in Nederland ook wel bekend als BENG. EPBD IV legt de lat wat hoger en richt zich op Zero Emission Buildings: ENG in het Nederlands dus.

Opvallend detail: de E staat niet meer voor Energy maar voor Emission. Het gaat dus om gebouwen die netto geen energie verbruiken én geen uitstoot teweegbrengen. Naast een lage energiebehoefte speelt dus ook mee dat er hernieuwbare energie wordt ingezet en dat er geen of amper uitstoot van CO₂ en broeikasgassen wordt veroorzaakt.

Wanneer de switch van energie naar emissie en van ‘bijna niet’ naar ‘niet’ gemaakt wordt? In 2028 gaat de richtlijn in voor nieuwe overheidsgebouwen, in 2030 voor nieuwe utiliteitsgebouwen en in 2050 geldt het voor de gehele gebouwenvoorraad in de EU.

Aanpassing #3: Eisen aan zonne-energie voor alle gebouwen

In de aangenomen EPBD IV wetswijziging zijn ook eisen omtrent zonne-energie opgesteld. Zowel nieuwe als bestaande publieke gebouwen en utiliteitsbouw krijgen hiermee te maken. Een kanttekening bij deze verplichting is dat het technisch, economisch en functioneel haalbaar moet zijn om de zonnepanelen te plaatsen.

Allereerst moeten in 2027 alle nieuwe gebouwen met gebruiksoppervlakte groter dan 250 m² voorzien zijn van zonnepanelen. In 2028 en 2029 volgen bestaande publieke gebouwen en utiliteitsgebouwen in diverse oppervlaktes stapsgewijs en in 2030 geldt dit ook voor alle nieuwe woningbouw en overdekte parkeerplaatsen. In 2031 is tenslotte de bedoeling dat alle bestaande publieke gebouwen met een gebruiksoppervlak groter dan 250 m² zonnepanelen hebben.

Zonnepanelen helpen om onze gebouwen te verduurzamen. Het grootschaliger opwekken van energie zorgt ook voor terugleveren van elektriciteit en daar is het huidige elektriciteitsnet niet altijd en overal tegen bestand. Lees hier meer over netcongestie.

De aankomende veranderingen op een rij

Aanpassing #4 Labelverandering doorgezet, geldigheid verandert niet

Hoewel de besparingsdoelen in de EPBD IV niet meer worden uitgedrukt in energielabels, maar in procentuele verlaging van energiegebruik, zijn de labels zeker nog van belang.

In 2023 kondigden we al aan dat er een herschikking van de energielabels verwacht werd. Die zit er nog steeds aan te komen. De plusjes achter de A labels gaan verdwijnen, zodat het duidelijker wordt. Label A correspondeert straks met het ZEB niveau en label G staat voor de slechtst presterende gebouwenvoorraad. Door de besparingsdoelen komt de slechtst presterende gebouwenvoorraad op een steeds zuiniger niveau te liggen.

EPDB IV

In een eerder wetsvoorstel voor EPBD IV werd aangekondigd dat de geldigheid van energielabels D en lager zou worden teruggeschroefd worden naar 5 jaar. In de herziene wet is dit geschrapt en daardoor blijven alle energielabels na afgifte 10 jaar geldig. Hoe de energielabels er in Nederland exact uit komen te zien is nog niet definitief vastgesteld. In 2023 deden we al een voorzet hoe deze indeling eruit zou kunnen zien.

De tijdlijn van de nieuwe EPBD en de ideale voorbereiding

In juni ‘23 concludeerden we al dat de EPBD IV wetgeving nog wel even op zich liet wachten en nog niet in beton gegoten was. De EPBD IV status op dit moment? Eigenlijk staan we nu op een vergelijkbaar punt, behalve dat de wetgeving momenteel op EU-niveau wel definitief aangenomen is. Let op: EPBD IV moet nog wel ondertekend worden in Europa. De vertaling naar Nederlands beleid volgt daarna en het is dus nog niet duidelijk hoe deze er exact uit komt te zien.

Als gebouweigenaar kan deze onduidelijkheid best lastig zijn. Je wilt misschien weten waar je aan toe bent: wat wordt het nulpunt en hoe wordt de besparing gemeten? Hoewel er inderdaad nog veel onduidelijk is, kun je wel vast voorsorteren op de aankomende wijzigingen. Dat is ook zeker aan te raden, met het oog op de beoogde EPBD IV doelstellingen vanaf 2030.

“Wij proeven bij vastgoedeigenaren dat het werkelijke verbruik voor hen belangrijker wordt en dat er niet meer alleen gekeken wordt naar energielabels. Dat zien we ook terug in juridische plannen: daar wordt steeds vaker gestuurd op Paris Proof – een laag werkelijk verbruik – in plaats van op energielabel A+++ bijvoorbeeld. Op het moment dat een gebouw voldoet aan de Paris Proof Norm van bijvoorbeeld 70 kWh/m² per jaar resulteert dat in de meeste gevallen ook in een hoog energielabel van gemiddeld A+++ of beter.”

– Ilmar Bouwer, Consultant bij CFP Green Buildings

Aan de slag met de Green Buildings Tool 

Wil je de zaken in 2030 op orde hebben, dan vraagt dat nu actie in je verduurzamingsplannen en investeringsbeslissingen. Hoe je dat doet? Wij helpen je graag verder. De CFP Green Buildings Tool wordt al veelvuldig gebruikt voor energiemonitoring en het managen van energielabels op portfolioniveau. Het goede nieuws is dat naast theoretisch energieverbruik ook werkelijk verbruik in de tool kan worden ingeladen.

Product Owner Bram Weggemans vertelt hierover: “In de Green Buildings Tool kun je zowel huidig als historisch energieverbruik invoeren. Zo analyseer je eenvoudig de voortgang in energieverbruik en CO2-uitstoot per vierkante meter. Ook de effecten van energiebesparende maatregelen op deze indicatoren zijn makkelijk in kaart te brengen, waardoor je strategische investeringsbeslissingen kunt maken om gestelde duurzaamheidsdoelen op het juiste moment te behalen.” 


Veelgestelde vragen over de EPBD

Wat is de status van EPBD IV?

Het Europese wetsvoorstel van de EPBD uit 2023 is niet aangenomen. De hernieuwde versie is begin april 2024 wel aangenomen en moet nu op Europees niveau nog worden ondertekend. Als dat is gebeurd, gaan de lidstaten beginnen met het vertalen naar nationale wetgeving en daar is een tijdsbestek van twee jaar voor uitgerekt.

Wanneer treedt de EPBD IV in werking?

De nieuwe EPBD wetgeving gaat in zodra de nationale wetten zijn vastgesteld. In de EPBD IV worden doelstellingen bepaald voor 2030, 2033, 2035 en 2050 en dus zullen gebouweigenaren hier op korte termijn mee te maken hebben.

Welk type gebouwen krijgt te maken met de EPBD wetswijziging?

De EPBD is de fundering van de wetgeving rondom energieprestatie van gebouwen. Voor zowel het woningbestand als utiliteitsgebouwen worden er aangescherpte richtlijnen vastgesteld omtrent het gemiddelde primaire energieverbruik.

Wat verandert er straks met EPBD IV?

Kortgezegd: er komt een nieuwe maatstaf voor energiebesparing, die niet rekent met energielabels, maar met een procentuele besparing van het gemiddelde primaire energiegebruik. Ook uitstoot van CO2 en broeikasgassen wordt beperkt: de standaard verandert van bijna energieneutraal naar emissie-neutraal. Er komen tevens eisen aan zonne-energie voor alle gebouwen en tenslotte komt er een herschikking van energielabels.

De verschillende aanpassingen van de nieuwe EPBD wetgeving leggen we in dit artikel uit.

Wat verandert er met EPBD IV in de eisen aan energiebesparing van woningen?

In de nieuwe EPBD wordt gesproken over doelstellingen in procentuele besparingen van energieverbruik. In de huidige wetgeving zijn energielabels de maatstaf, maar dat gaat dus veranderen. De nieuwe doelstellingen richten op 2030 en 2035. In 2030 moet het gemiddelde primaire energieverbruik van het volledige woningbestand met 16% afgenomen zijn ten opzichte van 2020 en in 2035 wordt deze eis 20 tot 22%.

Wat verandert er met EPBD IV in de eisen aan energiebesparing van utiliteitsgebouwen?

EPBD IV stuurt op procentuele besparing van het gemiddelde primaire energiegebruik van utiliteitsgebouwen. Er komen minimumnormen voor de energieprestatiedrempel. Vanaf 2030 moeten utiliteitsgebouwen het beter doen dan de slechtste 16% gebouwen uit 2020 en vanaf 2033 ligt de drempel op 23%.

Wat verandert de EPBD aan de BENG richtlijn?

EPBD III richt zich op Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) en dit was een eis voor nieuwbouw vanaf 2021. EPBD IV legt de lat wat hoger en richt zich naast energie op emissies. Naast een lagere energiebehoefte moeten alle gebouwen – niet alleen nieuwbouw – ook gaan zorgen dat er amper uitstoot van CO2 en broeikasgassen is en dat er hernieuwbare energiebronnen gebruikt worden.

Gaat EPBD IV zonne-energie verplichten?

De nieuwe EPBD wetgeving stelt ook eisen aan zonne-energie voor alle bestaande publieke gebouwen en utiliteitsgebouwen. Dit wordt tussen 2027 en 2031 stap voor stap verplicht voor diverse groottes en typen gebouwen, startend met de grootste nieuwe gebouwen.

Wat gaat er veranderen in de energielabels?

Er komt een herschikking van de energielabels die zorgt dat er meer duidelijkheid komt. A+++ en A++++ is verwarrend en de plusjes achter de A labels gaan dan ook verdwijnen. Op deze afbeelding visualiseren we de verwachte herschikking. De geldigheid van afgegeven energielabels zal niet veranderen en blijft 10 jaar.

Hoe bereid je je voor op de EPBD IV?

De nieuwe EPBD wetgeving gaat meer vragen van gebouweigenaren, maar wat dat precies gaat zijn is nog onduidelijk. Je kunt er echter wel op voorsorteren, bijvoorbeeld middels de CFP Green Buildings Tool. Hier breng je eenvoudig het huidige en historische energieverbruik in kaart en kun je het effect van investeringen in verduurzaming zowel milieutechnisch als financieel vergelijken. Zo maak je slimme beslissingen voor een toekomstbestendig pand.

Contact Apeldoorn

CFP Green Buildings
J.C. Wilslaan 29
7313 HK Apeldoorn
+31 (0)55 355 5199
info@cfp.nl

Contact Naarden

CFP Green Buildings
Onderwal 16
1411 LV Naarden
+31 (0)55 355 5199
info@cfp.nl

Blijf op de hoogte! Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Volg ons

Kies je segment