Inmiddels zijn velen al bekend met de verplichting van energielabels. Vanuit CFP alleen al hebben we ruim 1800 labels afgemeld. Wat daarentegen juist steeds urgenter wordt en meer aandacht krijgt is dat we van het gas af moeten. Maar hoe gaat dat? Wat komt daar allemaal bij kijken en welke investeringen zijn nodig? Deze en meer vragen zullen in de ‘Visie gasloos 2030’-serie behandeld worden. Het doel van deze serie is om handvatten te geven om zelf gasloos te worden. Nederland heeft niet voor niks 17 miljoen duurzaamheidsmanagers.

Deel 3: Verschillende gasloos oplossingen voor verschillende type gebouwen

 

In deel 1 werd de aanloop naar Gasloos in 2030 besproken en in deel 2 kwamen diverse praktijkvoorbeelden aan bod. Dit laatste deel laat zien wat voor verschillende oplossingen er bestaan voor verschillende typen gebouwen om Gasloos in 2030 te kunnen realiseren.

Om een gebouw gasloos te maken zijn voor verschillende type gebouwen verschillende type oplossingen. De manier waarop het gebouw gebruikt wordt is een belangrijke factor voor hoe het gasloos verwarmd kan worden. Zo is het bij een kantoor van belang dat het gebouw in de wintermaanden overal gelijkmatig verwarmd wordt. In bijvoorbeeld een bedrijfshal of een winkel kan de temperatuur in de winter lager liggen en hoeft in dit geval niet het hele gebouw gelijkmatig verwarmd te worden.

Wanneer gezocht wordt naar een alternatief voor een CV-ketel dan is de huidige isolatiegraad van het gebouw van groot belang. Indien het gebouw voldoende geïsoleerd is dan zijn bijna alle alternatieven geschikt om het gebouw te verwarmen. Is het gebouw echter niet (goed) geïsoleerd, dan bieden de meeste alternatieven niet voldoende capaciteit om het gebouw te verwarmen. In dat geval moet het gebouw eerst goed geïsoleerd worden voordat het gasloos verwarmd kan worden.

Daarnaast is de manier waarop de warmte wordt afgegeven een belangrijke factor. De temperatuur van de verwarming bij bijvoorbeeld warmtepompen is lager dan bij een CV-ketel. Het plaatsen van een warmtepomp kan daarom alleen als er zogeheten lage-temperatuur-verwarming (zoals vloerverwarming of HR-radiatoren) of luchtverwarming in het gebouw is.

Er zijn een aantal alternatieven voor het vervangen van gas:

  1. Stoken op hout (bijvoorbeeld houtpellet kachel) of biogas;
  2. Volledig elektrisch (bijvoorbeeld infraroodpanelen);
  3. Warmtepompen op lucht (lucht/lucht of lucht/water warmtepompen);
  4. Warmtepompen i.c.m. bodemenergie (VBWW, HBWW of WKO);
  5. Warmte van derden (stadswarmte);

1:Stoken op hout of biogas

Warmte kan opgewekt worden door bijvoorbeeld hout te verbranden. Een nadeel van het stoken op hout is echter dat er veel opslag nodig is. Voor het stoken op biogas is voldoende aanvoer van biogas een vereiste, wat nog niet overal het geval is.

2: Volledig elektrisch (Infraroodpanelen)

Infraroodpanelen zorgen ervoor dat de lucht binnen niet wordt opgewarmd, maar alleen de objecten en/of personen. Hierdoor is minder energie nodig dan bij traditionele systemen. Echter, elektrische warmte is qua opwekking vergelijkbaar met stoken op aardgas. Pas als de elektriciteit duurzaam wordt opgewekt is dit een duurzaam alternatief. Voor infraroodpanelen is het nodig dat een gebouw voldoende geïsoleerd is en zal het huidige systeem niet all-air moeten zijn. Infraroodpanelen als verwarming zijn vooral interessant in appartementencomplexen met decentrale opwekking waarbij onvoldoende ruimte is voor een warmtepomp.

3: Warmtepompen op lucht

Elektrische warmtepompen op (buiten)lucht hebben een beter rendement dan CV-ketels. Tot -10 graden Celsius kunnen deze systemen goed werken. Dit maakt een warmtepomp een interessante optie bij het worden van gasloos. Nadelig van een warmtepomp is echter dat ze meer ruimte innemen dan een ketel en ze hebben dakoppervlak nodig voor de condensor. Daarbij heeft een warmtepomp meer elektrisch vermogen nodig en het afgiftesysteem (de manier waarop warmte wordt afgegeven) moet deze naar een lage-temperatuur-verwarming (LTV), zoals HR-radiatoren, worden aangepast.

4: Warmtepompen i.c.m. bodemenergie

Het voordeel van het gebruik van bodemenergie is dat het rendement van de warmtepomp (de COP) nog hoger wordt. Bij een verwarming gaat dit zelfs naar een factor 4 of 5. Voor koeling via de luchtbehandelingskast is dit zelfs direct mogelijk, ook zonder warmtepomp. Het verschil in systemen wordt veroorzaakt door de diepte in de bodem, met de volgende volgorde:

  • Horizontale bodem warmtewisselaar (HBWW) – tot ca. 5 meter;
  • Verticale bodem warmtewisselaar (VBWW) – 10-50 meter;
  • Warmte/koude opslag (WKO) – afhankelijk van de bodem;
  • Geothermie – >200 meter

De eerste twee systemen zijn een gesloten systeem en de laatste twee een open systeem. Qua systeem geldt in het algemeen: des te dieper des te meer warmte (en koude) er uit de bodem te halen is. Een WKO is een interessant systeem bij kantoren vanaf ca. 3.000 m2 BVO, en ook nog eens financieel haalbaar vergeleken met conventionele CV-ketels. Voor dit systeem is ook een lage temperatuur afgiftesysteem nodig. Voor een gebouw van circa 5.000 m2 zal de ETVT liggen rond de 7 jaar.

5: Warmte van derden (stadswarmte)

Voor gemeentes kan het daarnaast interessant zijn om in een wijk of de hele stad een collectief systeem aan te leggen. Een voorbeeld hiervan is stadsverwarming. De duurzaamheid van stadswarmte hangt af van de opwekking door de leverancier. De opwekking kan bijvoorbeeld plaatsvinden door een afvalverbrandingsinstallatie of de restwarmte van industriële processen. Nog beter zou zijn om een WKO in te zetten dat gebruik maakt van koude en warmte uit de bodem.

In onderstaand schema is aangegeven welke alternatief voor gasverwarming geschikt is.

Gebruiksfunctie Buitenlucht Bodemenergie
Woningen
Losse woning WP met LTV HBWW / VBWW
Appartementencomplex (VVE), decentraal Infraroodpanelen N.v.t.
Appartementencomplex (VVE), centraal WP met LTV VBWW
Utiliteit
Kantoor WP met LTV WKO > 3.000 m2
Winkel Lucht/lucht WP N.v.t.
Bijeenkomst WP met LTV WKO > 3.000 m2
Sport Lucht/lucht WP N.v.t.
Logies WP met LTV WKO > 3.000 m2
School WP met LTV VBWW
Zorg WP met LTV WKO > 3.000 m2
Industrie / bedrijfshal Lucht/lucht WP N.v.t.

Conclusie

Elk type gebouw in Nederland kan gasloos gemaakt worden. De eerste stap hierin is het isoleren van het gebouw. Hierna kan een keuze gemaakt worden voor een gasloos alternatief op basis van het gebruik van het gebouw.

Deel 2: Praktijkvoorbeelden tonen rendabele business case voor transformatie naar gasloze gebouwen


In deel 1 is de weg naar gasloos geschetst. In dit deel komen diverse praktijkvoorbeelden aan bod. Lees deel 1 hier.

Op 1 augustus 2018 bereikten wij met zijn allen de dag waarop alle grondstoffen, die beschikbaar waren voor dit jaar, zijn opgebruikt. Met andere woorden: we halen veel meer grondstoffen uit de aarde dan de aarde ons kan teruggeven. Gemiddeld betekent dit dat we 1.7 keer meer gebruiken dan de aarde  aankan. Wat nog schokkender is, is dat deze dag steeds eerder in het jaar valt. Volgens het Global Footprint Network bereikte Nederland op 14 april 2014 deze dag. Wat neerkomt op het verbruik van 3.5 aardbollen.

De klimaatverandering vormt op dit moment één van de belangrijkste onderdelen binnen de politiek. Mede hierom is in 2016 het Klimaatakkoord van Parijs ontstaan. Hierin staat o.a. beschreven dat de CO2-uitstoot met 50% gereduceerd moet worden. Om ons aan het klimaatakkoord te houden zijn in het regeerakkoord diverse ambities uitgesproken, om de duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Waaronder ook de transitie naar gasloos. In 2030 moet de gaskraan dicht zijn. Enkele factoren spelen een belangrijke rol in een succesvolle transitie, waaronder energieprijzen.

Toekomstige risico’s vormen nu een kans

Stijgende energiekosten in de toekomst kunnen een risico vormen, maar tegelijk ook kansen bieden. Met de stijgende energieprijzen zijn we inmiddels bekend, maar de verwachting is dat deze nog verder zullen stijgen in de toekomst. In de periode 2000 – 2017 steeg de gemiddelde energieprijs met 4,4%. Verschillende factoren spelen een rol in de ontwikkeling van energieprijzen. Zo hebben de CO2 emissieprijzen een invloed op de energieprijs en juist in het regeerakkoord van 2018 staat beschreven dat de CO2 prijs omhoog gebracht moet worden. Daarnaast is de verwachting dat de prijzen voor fossiele brandstoffen verder zullen stijgen in de toekomst.

Een verklaring voor de stijging van de prijs van aardgas is bijvoorbeeld de toenemende mate van geïmporteerd gas uit het buitenland. Uit het Groningseveld wordt minder gas gewonnen dan voorheen. Het voorspellen van de toekomstige energieprijzen blijft speculeren. Maar om de transitie naar gasloos een betere kans te geven beschrijft het regeerakkoord dat een verandering in energiebelasting doorgevoerd moet worden. Hierin staat beschreven dat de belasting voor elektriciteit moet dalen en de belasting voor gas moet stijgen.

De onzekerheid van energieprijzen is voor huishoudens en het bedrijfsleven een groot probleem. Vooral wanneer de energievraag hoog is door bijvoorbeeld slechte isolatie en verouderde installaties. Daarom roept de label C verplichting voor kantoren vanuit de RVO niet alleen een verplichting op, maar biedt ook kansen om toekomstige risico’s te verkleinen. Bijvoorbeeld door het installeren van een warmtepomp in combinatie met isolatiemaatregelen. Daarnaast zorgt duurzame energieopwekking middels zonnepanelen voor een significatie verbetering op het energielabel. Dit maakt je als eigenaar en als bedrijf minder afhankelijk van de stijgende energieprijzen en beter voorbereid op de transformatie naar gasloos. Enkele praktijkvoorbeelden hebben al bewezen dat deze ambitie loont. Waaronder het nieuwe gerenoveerde ABN AMRO kantoor in Alkmaar wat volledig gasloos is ontworpen. Dit  geeft nog maar eens aan dat deze ambitie niet langer een idee is, maar werkelijkheid.

Voorbereiding op gasloos en label C verplichting voor 2023

Het lijkt nog ver weg; 2023. Maar om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen is het van belang om nu al in kaart te brengen welke maatregelen genomen moeten worden. Zodra duidelijk is welke maatregelen genomen gaan worden kan de verduurzaming gepland worden.

Uit ervaring blijkt dat door het toepassen van een aantal maatregelen die binnen vijf jaar terug zijn verdiend, kantoren heel eenvoudig een energielabel C kunnen bereiken. Het gaat hierbij om maatregelen zoals LED verlichting samen met aanwezigheidsdetectie of een extra isolatielaag. Ook het na-isoleren van de spouwmuur wordt binnen vijf jaar terugverdiend.  Een fijne bijkomstigheid is dat deze maatregelen ook bijdragen aan het worden van gasloos.

Echter, het kan in sommige gevallen nogal in prijs oplopen om gebouwen gasloos te maken. Zo is het na-isoleren van panden niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld bij monumentale panden in de binnenstad van Amsterdam. Enkelglas mag niet altijd vervangen worden voor HR++ glas en de buiten- en binnenzijde van de gevels mogen niet worden geïsoleerd, omdat hierbij historische details verloren zouden gaan.

Overige maatregelen opnemen in een strategisch plan voor gasloos in 2030

Om te kunnen voldoen aan de C-label verplichting en om alvast voor te bereiden op een gasloos gebouw kan een strategisch plan helpen. Dit is ook wel bekend als een duurzaam meerjaren ondershoudsplan (DMJOP) genaamd. In dit plan staat bijvoorbeeld beschreven dat het dak van het pand in 2021 vervangen moet worden. Het resultaat van dat nieuwe dak kan naast het verlagen van de energiekosten ook betekenen dat bijvoorbeeld een energielabel D naar een C gaat.

Verder kan in het DMJOP opgenomen zijn hoe het comfort van het binnenklimaat te verbeteren is, bijvoorbeeld door het aanpassen van de gebouwschil. Een toepassing die hiervoor erg geschikt is, is het ventilatiesysteem. Het ventilatiesysteem vormt namelijk een van de belangrijkste gebouweigenschappen.
Een van de meest energiezuinige ventilatiesystemen is de zogenaamde balansventilatie met warmte terugwinning. Hierbij wordt de warmte uit de afgezogen lucht gebruikt om de inkomende lucht te verwarmen.

Wanneer de eerste maatregelen genomen zijn (na-isolatie en ventilatiesystemen), kan de volgende stap in het verduurzamingstraject gasloos zijn. Een voorwaarde is dat het afgiftesysteem (de manier waarop warmte wordt afgegeven) moet worden aangepast naar een lage-temperatuur-verwarming (LTV), zoals HR-radiatoren.
Een elektrische warmtepomp vraagt om een hoger elektriciteitsverbruik. Dit kan gecompenseerd worden door het plaatsen van zonnepanelen. Een win-win-win: eigen energie opwekken, een beter label én gasloos.

Al deze aanpassingen in gebruik en de nieuwste technieken kunnen ervoor zorgen dat de gebouwde omgeving gasloos kan worden. De combinatie van deze aspecten is cruciaal om van de transformatie een succes te maken.

Conclusie

Om de uitputting van de aarde te verminderen zullen wij ons allemaal moeten aanpassen. Door ons te focussen op de transitie naar een duurzamere wereld kunnen we uitputting voorkomen. De bebouwde omgeving is hier van groot belang bij. Onder andere de transitie naar gasloze gebouwen zal een erg grote impact hebben op het klimaat. Om toekomstige risico’s te verkleinen moet nu nagedacht worden over de te nemen maatregelen. Een DMJOP gericht op de transformatie naar gasloos kan hierbij helpen. Daarnaast bieden de  overheidsverplichtingen kansen om de voorbereiding te starten en om voorbereid te zijn op een snel veranderend energiesysteem. Vandaag de dag zijn dit niet langer mooie ambities, maar werkelijkheid. Daarom nu inzetten op duurzaamheid en gasloos om voorbereid te zijn op de snel naderende toekomst!


Deel 1: De weg naar gasloos

 

Energielabel C in 2023 is de eerste stap
Vanaf 2023 is het voor alle kantoorgebouwen verplicht om een energielabel C of beter te hebben. Wat als je dat niet hebt? Dan mag je het gebouw niet meer gebruiken. Maar veel vastgoedeigenaren kijken nu al verder dan alleen label C. Want waarom zou je alleen naar label C gaan als je, zeer waarschijnlijk, in 2030 een energielabel A moet hebben? Als je toch gaat investeren in het gebouw dan kun je dit beter in één keer goed doen.

Energielabels zijn op dit moment een belangrijke driver voor verduurzaming, maar er is tegelijk veel kritiek op. De volgende stap zal veel meer gaan over de daadwerkelijke energiebesparing die in gebouwen gerealiseerd wordt. Een belangrijke factor daarin is het terugdringen van de gaswinning. Voor onze gebouwen heeft dit vergaande implicaties. In het klimaatakkoord is gasloos een van de belangrijkste thema’s en er wordt gesproken over het gasloos maken van 50.000 gebouwen en 100.000 coöperatie woningen per jaar vanaf 2021 en jaarlijks 200.000 woningen gasloos maken vanaf 2023. Wat gaat dit betekenen voor uw gebouwen?

Waarom gasloos & hoe dan?

De reden dat we van het gas af willen is enerzijds het feit dat de gasbronnen binnen 60 jaar uitgeput zullen zijn, maar anderzijds dat de Groningers dagelijks de gevolgen van gasboringen ondervinden met toenemende bodeminstabiliteit. Door ons gasverbruik putten we onze aarde uit; dat is op de lange termijn geen houdbaar systeem.

Hoe we gasloos gaan worden is ingewikkelder. De komende weken zullen we in een serie artikelen uitgebreid belichten wat onze ervaringen uit de dagelijkse praktijk zijn en hoe we hier nu al mee kunnen starten. Wat het inhoudt en wat er allemaal bij komt kijken belichten we in dit artikel meer, terwijl tegelijk geen inkijkje geven naar de rest van de serie.

De eerste stappen om gasloos te worden zijn al behoorlijk duidelijk. Veel van de maatregelen die je neemt om een energielabel A te bereiken zijn dezelfde als die om gasloos te worden. Starten met het verbeteren van je isolatie bijvoorbeeld zorgt voor een grote impact op je label en het fors terugdringen van je warmtebehoefte. Deze maatregel heeft in veel gevallen ook nog eens een korte terugverdientijd wanneer je dit combineert met je bestaande onderhoudsuitgaven. Andere te nemen maatregelen zijn bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen in combinatie met elektrische warmteopwekking.

Daarnaast is onderscheid te maken tussen verschillende typen vastgoed en segmenten. Zo behoeft een woning een andere aanpak om gasloos te worden dan bijvoorbeeld utiliteitsbouw. Gemeenten zijn hierbij wellicht de gemene deler in het spel. Zij moeten een beleid hebben om gasloos te worden, waarbij de eerste stap is dat vanaf 2021 jaarlijks 50.000 gebouwen aangepakt moeten worden. Daarbij is het van belang om te weten of er plannen zijn om uw gebouw op een warmtenet aangesloten gaat worden of dat u zelf in de warmteopwekking moet voorzien. Gemeenten spelen daarom een belangrijke rol in het hoe en wat.

Een ander aandachtspunt, is de financiering. Zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden voor een integrale financieringsaanpak? Hoe zit het met de split incentive en zijn er subsidies beschikbaar? Dit zijn vraagstukken die vaak als eerste opkomen wanneer over een gasloze business case wordt nagedacht. Inzichten over verduurzaming en bijbehorende financieringsoplossingen zullen binnen deze reeks belicht worden. Ook het slim inzetten van maatregelen en alternatieve oplossingen worden gepresenteerd om de business case interessanter te maken.

Wat in de markt al is gedaan, welke succesfactoren & valkuilen er zijn vormen belangrijke input voor de verdere aanpak van de Nederlandse vastgoedvoorraad. Ook hier zal stil bij worden gestaan, om zo drempels weg te kunnen nemen en een duidelijk stappenplan te kunnen vormen. Het uiteindelijke doel van deze serie is om handvatten te geven om zelf gasloos te worden. Nederland heeft niet voor niks 17 miljoen duurzaamheidsmanagers.