De weg naar gasloos 2030 – deel 2

Deel 2: Praktijkvoobeelden tonen rendabele business case voor transformatie naar gasloze gebouwen

 

In deel 1 is de weg naar gasloos geschetst. In dit deel komen diverse praktijkvoorbeelden aan bod. Lees deel 1 hier. 

Op 1 augustus 2018 bereikten wij met zijn allen de dag waarop alle grondstoffen, die beschikbaar waren voor dit jaar, zijn opgebruikt. Met andere woorden: we halen veel meer grondstoffen uit de aarde dan de aarde ons kan teruggeven. Gemiddeld betekent dit dat we 1.7 keer meer gebruiken dan de aarde  aankan. Wat nog schokkender is, is dat deze dag steeds eerder in het jaar valt. Volgens het Global Footprint Network bereikte Nederland op 14 april 2014 deze dag. Wat neerkomt op het verbruik van 3.5 aardbollen.

De klimaatverandering vormt op dit moment één van de belangrijkste onderdelen binnen de politiek. Mede hierom is in 2016 het Klimaatakkoord van Parijs ontstaan. Hierin staat o.a. beschreven dat de CO2-uitstoot met 50% gereduceerd moet worden. Om ons aan het klimaatakkoord te houden zijn in het regeerakkoord diverse ambities uitgesproken, om de duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Waaronder ook de transitie naar gasloos. In 2030 moet de gaskraan dicht zijn. Enkele factoren spelen een belangrijke rol in een succesvolle transitie, waaronder energieprijzen.

Toekomstige risico’s vormen nu een kans

Stijgende energiekosten in de toekomst kunnen een risico vormen, maar tegelijk ook kansen bieden. Met de stijgende energieprijzen zijn we inmiddels bekend, maar de verwachting is dat deze nog verder zullen stijgen in de toekomst. In de periode 2000 – 2017 steeg de gemiddelde energieprijs met 4,4%. Verschillende factoren spelen een rol in de ontwikkeling van energieprijzen. Zo hebben de CO2 emissieprijzen een invloed op de energieprijs en juist in het regeerakkoord van 2018 staat beschreven dat de CO2 prijs omhoog gebracht moet worden. Daarnaast is de verwachting dat de prijzen voor fossiele brandstoffen verder zullen stijgen in de toekomst.

Een verklaring voor de stijging van de prijs van aardgas is bijvoorbeeld de toenemende mate van geïmporteerd gas uit het buitenland. Uit het Groningseveld wordt minder gas gewonnen dan voorheen. Het voorspellen van de toekomstige energieprijzen blijft speculeren. Maar om de transitie naar gasloos een betere kans te geven beschrijft het regeerakkoord dat een verandering in energiebelasting doorgevoerd moet worden. Hierin staat beschreven dat de belasting voor elektriciteit moet dalen en de belasting voor gas moet stijgen.

De onzekerheid van energieprijzen is voor huishoudens en het bedrijfsleven een groot probleem. Vooral wanneer de energievraag hoog is door bijvoorbeeld slechte isolatie en verouderde installaties. Daarom roept de label C verplichting voor kantoren vanuit de RVO niet alleen een verplichting op, maar biedt ook kansen om toekomstige risico’s te verkleinen. Bijvoorbeeld door het installeren van een warmtepomp in combinatie met isolatiemaatregelen. Daarnaast zorgt duurzame energieopwekking middels zonnepanelen voor een significatie verbetering op het energielabel. Dit maakt je als eigenaar en als bedrijf minder afhankelijk van de stijgende energieprijzen en beter voorbereid op de transformatie naar gasloos. Enkele praktijkvoorbeelden hebben al bewezen dat deze ambitie loont. Waaronder het nieuwe gerenoveerde ABN AMRO kantoor in Alkmaar wat volledig gasloos is ontworpen. Dit  geeft nog maar eens aan dat deze ambitie niet langer een idee is, maar werkelijkheid.

Voorbereiding op gasloos en label C verplichting voor 2023

Het lijkt nog ver weg; 2023. Maar om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen is het van belang om nu al in kaart te brengen welke maatregelen genomen moeten worden. Zodra duidelijk is welke maatregelen genomen gaan worden kan de verduurzaming gepland worden.

Uit ervaring blijkt dat door het toepassen van een aantal maatregelen die binnen vijf jaar terug zijn verdiend, kantoren heel eenvoudig een energielabel C kunnen bereiken. Het gaat hierbij om maatregelen zoals LED verlichting samen met aanwezigheidsdetectie of een extra isolatielaag. Ook het na-isoleren van de spouwmuur wordt binnen vijf jaar terugverdiend.  Een fijne bijkomstigheid is dat deze maatregelen ook bijdragen aan het worden van gasloos.

Echter, het kan in sommige gevallen nogal in prijs oplopen om gebouwen gasloos te maken. Zo is het na-isoleren van panden niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld in de binnenstad van Amsterdam. Enkelglas mag niet altijd vervangen worden voor HR++ glas en de buiten- en binnenzijde van de gevels worden niet geïsoleerd vanwege het beschermd stadsgezicht.

Overige maatregelen opnemen in een strategisch plan voor gasloos in 2030

Om te kunnen voldoen aan de C-label verplichting en om alvast voor te bereiden op een gasloos gebouw kan een strategisch plan helpen. Dit is ook wel bekend als een duurzaam meerjaren ondershoudsplan (DMJOP) genaamd. In dit plan staat bijvoorbeeld beschreven dat het dak van het pand in 2021 vervangen moet worden. Het resultaat van dat nieuwe dak kan naast het verlagen van de energiekosten ook betekenen dat bijvoorbeeld een energielabel D naar een C gaat.

Verder kan in het DMJOP opgenomen zijn hoe het comfort van het binnenklimaat te verbeteren is, bijvoorbeeld door het aanpassen van de gebouwschil. Een toepassing die hiervoor erg geschikt is, is het ventilatiesysteem. Het ventilatiesysteem vormt namelijk een van de belangrijkste gebouweigenschappen.
Een van de meest energiezuinige ventilatiesystemen is de zogenaamde balansventilatie met warmte terugwinning. Hierbij wordt de warmte uit de afgezogen lucht gebruikt om de inkomende lucht te verwarmen.

Wanneer de eerste maatregelen genomen zijn (na-isolatie en ventilatiesystemen), kan de volgende stap in het verduurzamingstraject gasloos zijn. Een voorwaarde hiervoor is dat het afgiftesysteem (de manier waarop warmte wordt afgegeven) moet worden aangepast naar een lage-temperatuur-verwarming (LTV), zoals HR-radiatoren.

Een elektrische warmtepomp vraagt om een hoger elektriciteitsverbruik. Dit kan gecompenseerd worden door het plaatsen van zonnepanelen. Een win-win-win: eigen energie opwekken, een beter label én gasloos.

Al deze aanpassingen in gebruik en de nieuwste technieken kunnen ervoor zorgen dat de gebouwde omgeving gasloos kan worden. De combinatie van deze aspecten is cruciaal om van de transformatie een succes te maken.

Conclusie

Om de uitputting van de aarde te verminderen zullen wij ons allemaal moeten aanpassen. Door ons te focussen op de transitie naar een duurzamere wereld kunnen we uitputting voorkomen. De bebouwde omgeving is hier van groot belang bij. Onder andere de transitie naar gasloze gebouwen zal een erg grote impact hebben op het klimaat. Om toekomstige risico’s te verkleinen moet nu nagedacht worden over de te nemen maatregelen. Een DMJOP gericht op de transformatie naar gasloos kan hierbij helpen. Daarnaast bieden de  overheidsverplichtingen kansen om de voorbereiding te starten en om voorbereid te zijn op een snel veranderend energiesysteem. Vandaag de dag zijn dit niet langer mooie ambities, maar werkelijkheid. Daarom nu inzetten op duurzaamheid en gasloos om voorbereid te zijn op de snel naderende toekomst!