Interview: Hoe maak je een zo groot mogelijke duurzame impact? Een aantal tips uit de praktijk

Before Article

Hoe maak je een duurzame impact? Met de fiets naar je werk, afval scheiden en zonnepanelen op je dak: dan ben je al best goed bezig op het gebied van verduurzaming en CO2-reductie. Maar stel je voor dat je verduurzaming ook doorvoert in je werk, hoe groot kan je impact dan zijn? Roel Wever ging hierover in gesprek met Wibaut Nouwens, verantwoordelijk voor de verduurzaming van gehandicaptenzorgorganisatie ASVZ, met een serieuze vastgoedportefeuille van 270.000 m2.

Vanwaar je drive om gebouwen te verduurzamen?

“Duurzaamheid is een groene draad in mijn carrière tot nu toe. In mijn eerste baan in een ziekenhuis was ik bezig met een reststoffenmanagementssyteem. Als Hoofd technische dienst van een verpleeghuis kwam ik in aanraking met onderhoud van gebouwen en techniek. Ook als bouwcoördinator kwamen deze elementen steeds terug. Daarvan heb ik nog steeds profijt, samen met mijn opleiding technische bedrijfskunde. Zo’n 15 jaar geleden kwam ik in aanraking met energiemanagement. Ik had vanuit mijn functie contact met de dienst milieubeheer en in die tijd speelde het bewust omgaan met energie al. Ik weet nog dat wij elk jaar 2% energie wilden besparen en daar zelfs een sport van maakten, met succes. Het verbaast mij overigens wel dat nu, 15 jaar later, energiemonitoring en energiemanagement voor sommigen nog steeds een ver van hun bed show is.”

Hoe groot is jouw impact op het verduurzamen van gebouwen?

“Op mijn huis liggen al een tijdje 13 zonnepanelen. Ook ben ik mij steeds meer bewust van een hoop zaken, waardoor ik vaker duurzamere keuzes maak. Maar het kan altijd nog beter, door bijvoorbeeld meer te fietsen of minder vlees te eten.
Maar ik zie ook dat ik in mijn huidige functie mijn impact kan maximaliseren, veel meer nog dan dat ik thuis kan doen. Door mijn invloed op 270.000 m2 gebouwen en het verbruik van 9 miljoen kWh aan stroom en 3 miljoen m3 aan gas. Als we daar, samen met ruim 5.000 collega’s en bijna 3.000 cliënten die bij ASVZ verblijven, in aanloop naar 2030 minimaal 50% op kunnen besparen, dan heeft dat een grote impact. Ik ben mij heel bewust van deze impact en ook van de verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt.”

Mijn oproep aan collega’s zou zijn: gebruik de invloed die je hebt op je werk om duurzame keuzes te maken. Denk bijvoorbeeld aan energieverbruik, of de wijze van inkoop (grijs/groen), circulaire verbouwingen, renovaties, maar ook regulier onderhoud. Want waarom zou je het thuis wel doen en niet op je werk niet?

 

– Wibaut Nouwens, Adviseur Duurzame Bedrijfsvoering bij ASVZ

ASVZWat zou jij aan collega’s adviseren die impact willen maken en invloed hebben op vastgoed, energie en duurzaamheid?

  1.  Betrek de Raad van Bestuur bij je duurzame doelstellingen
    Laat ook zien wat het oplevert, zowel financieel als maatschappelijk, dus in euro’s en in CO2. Dan zie je welke impact jouw organisatie heeft.
  2. Zoek de mensen op die al intrinsiek gemotiveerd zijn
    En maak een zogenaamde “groene coalitie” om de beweging in de organisatie in gang te zetten.
  3. Besef dat elk besluit impact heeft op de lange termijn
    Dit kan zijn het stellen van eisen aan nieuwbouw, bijvoorbeeld energiepositief, of het stellen van een beleidsregel: vanaf nu kiezen we bij elke vervanging in het onderhoud een duurzame variant, zoals bijvoorbeeld LED-verlichting of extra isolatie aanbrengen bij een dakrenovatie.
  4. Kijk naar het ‘6S-model’ van Stewart Brand
    Sommige besluiten neem je voor 30 of 50 jaar, zoals de schil van een gebouw. Deze besluiten hebben effect over een langere tijd en de eventuele hogere kosten kun je dan ook uitsmeren over een langere tijd. De opbrengsten zijn immers ook voor een langere tijd. Dit maakt ook andere financieringsvormen mogelijk en de extra kosten hoeven niet alleen uit de exploitatie te komen.
  5. Betrek stakeholders, zowel binnen als buiten de organisatie
    Zoals collega’s, directie, regio’s, cliënten, en familie van cliënten, de bank en de accountant. Maar ook leveranciers, vanuit goed opdrachtgeverschap. En ook de omgeving waarin je zit, zoals gemeenten en omgevingsdiensten. Informeer hen over jouw plannen, maar vraag ook naar de plannen en ambities van de gemeente. Misschien komen die beiden goed samen in bijvoorbeeld het aansluiten op een warmtenet.

In je tips noem je de samenwerking met gemeenten. Over gemeenten gesproken, hoe zie jij de huidige wetgeving waar de gebouwen aan moeten voldoen?

“Dat is een goede vraag: ik verbaas mij er eigenlijk over dat iedereen zo gefocust is op de eisen in de wet, terwijl de wet eigenlijk alleen de ondergrens bepaalt. Als organisatie zou je daar al boven moeten zitten en dat kan, door naar de langere termijn te kijken. Als je telkens de wet volgt loop je eigenlijk steeds achter de feiten aan en is het vaak minder rendabel om de maatregelen uit te voeren. Ik zeg hiermee overigens niet dat je direct naar het einddoel moet gaan, maar je moet er wel in stappen naartoe werken en erop anticiperen. Want je weet het einddoel: gasloos en CO2-neutraal in 2050. Daar moeten we naartoe. Niet vanwege de wet, maar om onze planeet te redden.”

We hebben het tot nu toe vooral over duurzaamheid. Is dat de belangrijkste focus voor jou bij vastgoed?

“Uit ervaring weet ik inmiddels dat het gaat om de driehoek zorg, pand én duurzaamheid. Deze aspecten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De zorg stelt immers eisen aan het gebouw en vanuit verduurzaming stellen wij ook eisen aan het gebouw en de installaties. Maar het gaat verder: Als het gebouw slechte techniek heeft of de techniek is verkeerd ingeregeld, dan is het vaak te warm of te koud of moeten installaties harder werken om het klimaat op orde te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan te veel herrie in een woonunit door de ventilatie of geen invloed hebben op de temperatuur, waardoor het ’s nachts te warm is. Dat heeft direct invloed op het welbevinden van cliënten en hun begeleiders. Daarom stel ik ook de vraag of we niet met mínder techniek in gebouwen kunnen, in plaats van steeds meer en steeds ingewikkelder.”

Functionaliteit en duurzaamheid komen voor jou dus samen in een gebouw?

“Jazeker. Wat we nu bouwen staat er als het goed is over 30-50-100 jaar nog steeds. Dat betekent dat we toekomstgericht moeten bouwen. Zowel qua functionaliteit als duurzaamheid. We moeten de voorwaarden voor energieneutraal of zelfs energie positief nu al inbouwen. De schil van een gebouw staat het langst, dus die moet gebouwd worden op 50-100 jaar. Installaties en afgiftesystemen worden in periodes van 15 en 30 jaar aangepast. Deze zullen dus voorbereid moeten zijn op technische innovaties die we nu nog niet kennen. Adaptief bouwen is lastig omdat je de zorgvraag over 10-20 jaar niet kent, maar je moet wel een gebouw neerzetten wat over die grens heen gaat.”

In de jaren 50 & 60 waren slaapzalen heel gewoon, dat kunnen we ons niet meer voorstellen. En nog maar 10 jaar geleden was het in de zorg toegestaan om meer dan 2 mensen op een kamer te huisvesten. Nu hebben de cliënten een eigen kamer, waarvan een toenemend aantal met hun eigen sanitaire voorziening.

 

– Wibaut Nouwens, Adviseur Duurzame Bedrijfsvoering bij ASVZ

EnergiebesparingOnlangs heb je een nieuwe functie gekregen. Of ik kan beter zeggen: er is een functie gecreëerd vanuit het werk dat je al deed. Hoe zit dat?

“Haha, ja dat klopt”, zegt Wibaut lachend. “In mijn nieuwe functie als Adviseur Duurzame Bedrijfsvoering bij ASVZ komt voor mij alles samen: Advisering over de volle breedte: techniek, energie, huisvesting, zorg, financiën en beleid. En ja dus ook weer terug naar het bedrijfskundige.”

Wat is het eerste dat je hebt gedaan in deze functie?

“Allereerst ben ik aan de slag gegaan met vaststellen waar we nu staan op gebied van duurzaamheid. Door een rondgang bij de vestigingen en gesprekken met collega’s kwam ik erachter dat er al meer werd gedaan dan ik wist. Op de groepen is duurzaamheid een onderwerp waarover wordt gesproken en waarmee wordt gewerkt. Denk aan afval hergebruiken op de dagbesteding en de groenvoorziening. Ook op de locaties is er actief aandacht aan energiebesparing. Samen met jouw collega’s van CFP zijn we een traject gestart om het een en ander per locatie inzichtelijk te krijgen.”

Wat heeft dit inzicht opgeleverd?

“Het traject bestond uit drie delen:

  1. Een nulmeting “as build” van alle gebouwen
    Je wilt ten slotte eerst weten waar je vandaan komt en wat je referentiekader is van reeds behaalde en nog te behalen CO2-reducties.
  2. Het in kaart brengen van de huidige technische staat van het gebouw en de installaties
    Inclusief de reeds uitgevoerde LED projecten en de ruim 11.000 zonnepanelen die zijn aangebracht.
  3. Het werkelijke verbruik in kaart brengen
    Door middel van energiemanagement.

Om alle verbruiken van alle locaties inzichtelijk te krijgen, hebben wij ons op zowel kleinverbruik als grootverbruik gericht. Het inzicht in het kleinverbruik hebben we geautomatiseerd door gebruik te maken van de Energierobot, gekoppeld aan de slimme meter. Alle grootverbruik meters worden uitgelezen en afwijkingen worden door CFP gerapporteerd. Ook de opwek van de zonnepanelen wordt gemeten. Door inkoop, opwekking en teruglevering met elkaar te verrekenen, kregen we een goed inzicht in ons “netto” verbruik en onze verbruiksprofielen, zodat we ook de “verspilling” kunnen zien. Zeker nu, tijdens corona, is dit belangrijk. We hebben enkele gebouwen gesloten en in diverse gebouwen is sprake van een lagere bezetting. Door daarop te acteren hebben we al duizenden euro’s en tonnen CO2 bespaard in korte tijd.

Wat zie je als next step/ stip op de horizon?

“Is het einddoel al behaald? Nee, we zijn er nog lang niet. We kunnen nog veel verbeteren. Ik denk bijvoorbeeld aan al het cliëntenvervoer en vervoer van medewerkers naar de locaties. Maar ook afval, milieu en bewuster omgaan met eten. Gelukkig wordt hier op de groepen al de nodige aandacht aan besteed, maar we kunnen er nog meer uit halen. Daarnaast wil ik verduurzaming meer gestructureerd aanpakken, door het te plannen. Daarin is ook aandacht om ons gedrag en dat van onze medewerkers en cliënten hierin te betrekken. Dat zie ik als een belangrijke stap in de borging.”

Heb je tot slot nog een laatste tip voor mensen die aan de slag willen met duurzaamheid?

“Jazeker. Vergeet niet, duurzaamheid is gewoon leuk en innovatief! Dus mijn laatste tip: Maak het leuk! Positieve energie verbindt en maakt acties makkelijker door te voeren. Kijk naar wat wél kan. Daag elkaar uit, zowel intern als extern, en bovenal jezelf. Hoe kun jij (nog) méér impact maken? Maximaliseer jouw impact op duurzaamheid door de acties en werkzaamheden waar je invloed op hebt.”

 

Deel dit bericht:
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Email this to someone
email