Blog – ‘Peanut business’ is een moeilijke bron

Before Article

Van 2005 tot 2012 was Marnix Balke in Indonesia-Papua werkzaam als consultant organisatieopbouw en economische ontwikkeling. In die periode woonde hij met zijn gezin in Wamena in de Baliem vallei die kort na de WO2 pas ontdekt was. De bewoners kwamen – door de invloed van buitenaf – vanuit het stenen tijdperk in de moderne tijd met geld, vliegtuigen, auto’s en andere moderne technologie. Daarnaast gingen overheid, zending- en ontwikkelingsorganisaties zich met hen bemoeien. Nog regelmatig krijgt Marnix de vraag hoe het was om daar te werken en of duurzaamheid daar ook een rol speelde. Hij deelt zijn ervaringen in deze blog.

Het dorp Kobakma

Kobakma: een bergdorp op 1,5 dag lopen van een autoweg vanwaar je een taxi kunt nemen naar de stad. Een bergdorp met goede omstandigheden om pinda’s te verbouwen en in de stad is er behoefte aan pinda’s voor levering aan eettentjes. Het dorp heeft nog maar beperkt kiosken voor de meest gewilde producten van buiten (zoals zout, zeep, suiker, rijst, bakolie, instant mie en zaklantaarns). En er is onderling in het dorp nog haast geen geldeconomie. De salarissen van de leraren van de school worden in de stad opgemaakt. Groenten worden op een marktje met elkaar geruild voor andere etenswaren. Maar in de stad is een markt voor pinda’s, met een prijs per kilo die afhankelijk van seizoen en beschikbaarheid ook flink varieert. Het idee ontstaat dan ook met verschillende leiders om de pinda’s in het dorp te gaan inkopen (door logistiek te regelen) en in de stad te gaan verkopen. Daarnaast willen ze een winkel starten in het dorp, waar de gewilde producten ook gekocht kunnen worden.

Een zak pinda's

Geen systeem met kilo’s, liters en centen

Van jongs af aan zijn wij opgegroeid met kilo’s en liters en geld. Maar wat als dat helemaal niet bekend is? Wie weet hoeveel een kilo is en hoe bepaal je dat zodat iedereen dat gelooft? En wat is de waarde van 1.000 of 10.000 Rupiah? De eerste handel met een weegschaal gaf problemen, want de verkopers hadden wantrouwen. Een standaardmaat van een oud conservenblik bood uitkomst. Een tot de rand gevuld en afgestreken blik was voor iedereen duidelijk. De waarde van de inhoud van een blik pinda’s werd omgezet in rupiah en met rupiah kon je weer winkelgoederen kopen. Echter in het begin was het nog vooral: 1 blik pinda’s is een zakje zout en 2 blikken een zak suiker. Echter langzamerhand kwam het vertrouwen in de geldeconomie en werd er ook onderling meer over rupiah gesproken als het over waarde van iets ging.

Sumur susah, moeilijke bron

De leiders noemden de transitie naar een geldeconomie sumur susah, wat ‘moeilijke bron’ betekent. Daarin lag het vertrouwen dat dit de weg was om te gaan, omdat het een bron was die wat te bieden heeft. Maar het betekende ook dat ze nog veel moesten leren over dat nieuwe systeem. Het was belangrijk om te ontdekken dat die bron moeilijk is, omdat het continue aandacht nodig heeft en niet vanzelf als een waterval blijft lopen. Daarnaast waren nieuwe inzichten en kennis nodig over begrippen en administratie.

Pinda businessTransitie

Het was een shift naar een nieuwe orde. Daar wordt nu – als gevolg van de coronacrisis en de noodzaak voor verduurzaming – ook veel over gedacht en geschreven. Je zou het ook kunnen zien als een sumur susah, een moeilijke bron. Het is ook een bron die aandacht nodig heeft om duurzaam te kunnen blijven leveren. Het aanpassen aan nieuwe systemen vraagt leiderschap. Mensen moeten het eerst gaan snappen en dan vervolgens ook over kunnen brengen. Het vraagt mensen die aanhaken, voorbeeldprojecten die werken en voldoende communicatiemomenten (dorp samenkomsten). Laten wij – net als die Berg Papua’s – ook niet vergeten om onze transitie voort te zetten en de successen met eten en gesprekken te vieren!

Geschreven door Marnix Balke, senior consultant & project manager bij CFP Green Buildings