Blog – Microveranderingen op Spitsbergen

Before Article
Marlon de Haan

Tijdens het Green Buildings Congres 2018 zullen er verschillende keynotes zijn over duurzaamheid, circulariteit, innovaties en ondernemersschap. Maar er is meer: dit jaar zullen namelijk een drietal jonge ondernemers en onderzoekers aanwezig zijn om hun ervaringen te delen. Marlon de Haan (21) is daar één van. In de weken richting het congres deelt zij met ons haar ervaringen op Spitsbergen, waar zij onderzoek doet naar de gevolgen van klimaatverandering. 

Onderzoek naar microveranderingen

Iedereen kent het beeld wel van klimaatverandering: droogtes, opwarming, gletsjers die smelten. De smeltende gletsjers heb ik in mijn vorige blog beschreven. Ik wil daarnaast ook aandacht besteden aan de kleine effecten van klimaatverandering, zoals bij plankton.

Het duurt relatief lang voordat een gletsjer begint te smelten. Een aanpassing aan een milieu kan je daarom het snelst zien door te kijken naar de organismen die zich ook snel aanpassen. Veel onderzoek naar de veranderingen in het klimaat wordt gedaan door te kijken naar planten, bodem of grote soorten zoals walvissen of vogels. Bij deze onderwerpen kost het minder tijd om de aanpassingen te zien. Plankton, bijvoorbeeld, vermeerdert zich veel sneller dan planten en zou zich ook daardoor sneller aanpassen op een ander milieu.

Het uitzoeken van waterbeestjes. Foto: Christophe Brochard

Christophe Brochard, ecoloog, is nu twee jaar bezig met het verkennen of het onderzoek hiernaar überhaupt kan. Er is nog nooit onderzocht welk waterleven in Spitsbergen voorkomt. Christophe heeft dit samen met Sanne Moedt, een Master student, hier uitgezocht. En wat bleek? Er is volop leven in het water. Beestjes zoals plankton, lepidurus, muggenlarven en watervlokreeftjes overheersen het water.

Foto 1 (oranje): Lepidurus, in het Engels ‘tadpoleshrimp’. Foto: Christophe Brochard. Foto 2 (blauw) :  Watervlooien (Daphnia). Foto: Christophe Brochard. 

Deze soorten staan aan het begin van de voedselketen. Je kan ze daardoor ‘pionierssoorten’ noemen. Onderzoeken naar deze soorten worden nauwelijks gedaan, en is daardoor ook heel leuk om uit te voeren. Veel soorten die je in dit soort afgezonderde plekken vindt, zijn nog niet beschreven. Het is daarom belangrijk om in kwetsbare gebieden zoals in het hoge noorden goed bij te houden wat de veranderingen zijn.

De afgelopen twee jaar is vooral gekeken naar het leven in de meertjes die al een tijd bestaan. Maar als de gletsjers smelten, zullen er nieuwe kleine watertjes ontstaan. Het is daarom ook interessant om te kijken naar hoe snel het leven zich hier ontwikkeld.  Christophe geeft aan dat mensen vragen of het niet te laat is voor zo’n onderzoek. ‘Nee,’ zegt hij dan, ‘je moet toch ergens beginnen.’

Zo’n verhaal maakt mij heel erg enthousiast over het onderzoek die hier wordt uitgevoerd. Er valt nog een hele hoop te ontdekken!


De komende weken vertel ik over mijn ervaringen met het klimaat en milieu hier. Meer lezen over de onderzoeken van het Nederlands Poolstation? Kijk op www.poolstation.nl.

Marlon de Haan